Dag 17:Boottocht langs de Shala-rivier
5 augustus 2025
Na een pittige tocht gisteren mocht onze camper, “opa Sef”, vandaag een paar uur rust krijgen. Vanavond zouden we immers dezelfde weg weer terugrijden, om vervolgens door te reizen naar Montenegro. Toen ik vanmorgen wakker werd, drong langzaam het besef door dat deze geweldige ervaringen snel voorbij zouden zijn en dat het drukke, normale leven in Nederland weer zou beginnen.
Maar eerst stond er een boottocht op het programma — een tocht die hoog aangeschreven staat en zelfs het “Thailand van het Noorden” wordt genoemd. We stonden vroeg op, want om kwart over negen zouden we worden opgehaald. Echter, om half negen kwam iemand van de reisorganisatie al vragen of we klaar waren. Natuurlijk waren we dat nog niet; eerst moesten we nog rustig koffie drinken en onze crackers eten. en niet te vergeten Tim (zoon van Jan-Willem) te feliciteren die jarig is.
Onze tassen werden ingepakt met water, eten, zonnebrandcrème en handdoeken. We stapten in een kleine Volkswagen Golf richting de haven, tenminste, dat dachten we. Bij een tunnel hield de politie de auto aan en moesten we uitstappen en verder lopen. Door een donkere, lange tunnel liepen we naar de haven.
Eenmaal uit de tunnel voelde het alsof we in een compleet andere wereld terecht waren gekomen. Het leek wel een enorme mierenhoop: een chaos van schreeuwende mensen, boten die op elkaar lagen en reizigers die door elkaar krioelden. Iedereen zocht naar zijn reisleider en de kapiteins wilden allemaal vooraan staan om als eerste passagiers aan boord te laten. Auto’s toeterden door de menigte heen. Even leek het alsof ik niet meer in Albanië was, maar in een drukke haven in Thailand.
Al snel zagen we onze reisleider en liepen door de chaos naar onze boot.
We stapten in een longtailboot (ruea-hang-yao) met de andere reizigers en begonnen aan onze vaart. De reis over het blauwe water, omringd door imposante Alpenbergen en huisjes aan het meer zonder toegangswegen — de boot was de enige verbinding — was adembenemend mooi. Na ongeveer een uur kwamen we aan bij de Shala-rivier, in het Albanees “Lumi i Shalës”.
De Shala-rivier is 37 kilometer lang en heeft niet alleen een prachtige natuur, maar ook een rijke historie. De rivier dankt haar naam aan een oude Albanese stam, de Shala, die al eeuwenlang in dit bergachtige gebied woont.
De rivier stroomt door een smal, diep dal dat ooit diende als natuurlijke grens en toevluchtsoord tijdens verschillende conflicten. Door de jaren heen heeft de Shala-rivier gezorgd voor leven in dit ruige landschap en is zij van grote betekenis geweest voor de lokale bevolking, zowel als waterbron als voor de visserij. Tegenwoordig is het gebied een beschermd natuurgebied, waar tradities en natuur hand in hand gaan.
Persoonlijk schrok ik van de vele restaurants, hotels en attracties waar je voor moest betalen, en van de drukte van al die boten en toeristen die op het strand alles maar lieten liggen en niet opruimden. Het maakte een grote indruk dat al het schoon dat de Shala-rivier te bieden had niet werd gewaardeerd. Terwijl Jan-Willem, Maike en ik een bed huurden aan het water, liet ik alles rustig op me inwerken. We maakten een duik in het ijskoude blauwe water en lagen in de zon. Toch kon ik geen rust vinden en liep ik de rivier af om te kijken naar de mooie witte stenen stranden, de blauwe rivier die stroomde, en de hoge bergen die de rivier omarmden. Het was eigenlijk zo mooi, maar het toerisme vernietigde al dit moois en maakte er een gemaakte attractie van. Persoonlijk vind ik dat erg jammer, en had ik dit niet zo erg verwacht toen ik deze reis boekte. Maar ieder zijn ding, zelf hou ik van natuur en de puurheid ervan. Alle drie vonden we het bovendien veel geld voor eigenlijk een middagje zonnen.
Na vijf uur voeren we terug en genoot ik van de mooie natuur. Het leek alsof de rivier wilder was, want het water spetterde op mijn gezicht en lichaam. De spetters schitterden in de zon, waar ik van genoot, terwijl de mensen om me heen hun jassen pakten omdat ze nat werden.
We stapten na een uur weer uit bij het stuwmeer/haven en gingen via een bus terug naar onze campers. Na nog wat te hebben gedronken en gegeten namen we geen afscheid meer, maar zeiden we “tot ziens”. Maike blijft nog een tijd rondreizen en ik zal haar volgen via haar reisblog, terwijl wij langzaam terugkeren naar de werkelijkheid.
Jan-Willem en ik stapten in onze camper en besloten eerst naar Bar, een plaatsje in Montenegro, te rijden. Het rijden in de avond was zo rustig dat we doorgingen naar Kotor, waar we op een parkeerplaats de nacht zouden doorbrengen. Moe maar voldaan gingen we slapen.











